Samenvatting
Bij een metaaltoeleverancier met 10 miljoen euro omzet is één dag debiteuren (DSO) 33.151 euro kas. Een dag voorraad (DIO) is 16.438 euro en een dag crediteuren (DPO) 19.890 euro. Elke knop heeft een eigen prijs: sneller factureren en gereed product direct versturen kosten bijna niets, 2 procent betalingskorting kost 13,4 procent op jaarbasis en plaat in consignatie 25,6 procent. De zes goedkoopste standen samen maken in het rekenvoorbeeld 1.174.521 euro werkkapitaal vrij, 11,7 procent van de omzet, zonder korting weg te geven en zonder extra krediet.
De bank belt in oktober. De rekening-courant van 1,5 miljoen staat sinds augustus vrijwel elke week tegen de limiet, terwijl het orderboek voller is dan vorig jaar en de nacalculatie een nettomarge van 5 procent laat zien. De directeur van een metaalbewerkingsbedrijf in Brabant, plaatwerk en lasconstructies, 60 mensen, 10 miljoen omzet, heeft daar één verklaring voor: de OEM-klanten betalen na 60 dagen en soms later. Dat klopt, en het is 1.823.288 euro van de 2.277.808 euro werkkapitaal die in het bedrijf vastzit.
De andere 454.520 euro zit in de hal en op het kantoor. Er ligt plaat voor zeven weken en er staan gemonteerde modules te wachten op een afroep. De facturen van vorige week zijn nog niet verstuurd, omdat de werkvoorbereider eerst de nacalculatie afrondt. Werkkapitaal heeft bij dit bedrijf vijf posten die elk een eigen knop hebben, en elke knop heeft een eigen prijs per vrijgemaakte euro. De betaaltermijn van de OEM's, de knop waar de directeur aan wil draaien, staat in die volgorde pas op de derde plaats.
Hoeveel is één dag DSO waard bij 10 miljoen omzet?
De omzet is 10 miljoen euro exclusief btw. Per dag is dat 27.397 euro. Een klant krijgt een factuur inclusief 21 procent btw, dus elke dag dat die factuur openstaat, staat er 33.151 euro uit. De Belastingdienst (overheidsbron) schrijft bij het factuurstelsel dat de datum van de factuur bepaalt in welk tijdvak je de btw aangeeft, en dat je betaalt op de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal. Factureer je op 20 december, dan draag je die btw uiterlijk 31 januari af, terwijl een klant op 55 dagen pas half februari betaalt. Voor de facturen aan het eind van elk kwartaal schiet jij zijn btw dus voor.
Een dag debiteuren bij deze omzet is dus 33.151 euro werkkapitaal. In het rekenvoorbeeld staat de debiteurenpost op 55 dagen, en dat is 1.823.288 euro. Tegen een rekening-courantrente van 5,5 procent (3-maands Euribor stond volgens euribor-rates.eu op 30 september 2026 op 2,617 procent, marktdata, en daar komt een bankopslag bij) kost één dag debiteuren 1.823 euro rente per jaar. Tien dagen is 331.507 euro kas en 18.233 euro rente.
Wat is een dag voorraad en een dag crediteuren waard in euro's?
Voorraad en crediteuren lopen over de inkoopwaarde, en die is bij dit bedrijf 6 miljoen euro per jaar: 4,2 miljoen aan plaat, buis, rvs en aluminium, en 1,8 miljoen aan uitbesteed werk en inkoopdelen. Een dag voorraad is 6.000.000 gedeeld door 365, dus 16.438 euro. Een dag crediteuren loopt over de inkoop inclusief btw: 19.890 euro.
Little (1961) (peer reviewed) formuleerde L = λW: het gemiddelde aantal eenheden in een systeem is de aankomstsnelheid maal de gemiddelde verblijftijd. Little (2011) (peer reviewed, vrije kopie) herhaalt die formulering vijftig jaar later voor wachtrijsystemen. Vertaald naar een hal: voorraad in euro's is inkoop per dag maal het aantal dagen dat een euro inkoop in de hal ligt. Wie zijn voorraaddagen wil verlagen, kan dus alleen aan de verblijftijd draaien, want aan de doorzet wil hij juist niet komen.
In het rekenvoorbeeld ligt die euro inkoop 70 dagen in huis. Dertig dagen daarvan is hij plaat en profiel, en 25 dagen onderhanden werk op de laser en in de lasserij. De laatste 15 dagen staat hij als gereed product te wachten op afroep of op de factuur. Samen is dat 1.150.685 euro. De leveranciers worden na 35 dagen betaald, en dat is 696.164 euro die zij voorschieten. Het handelswerkkapitaal is dan 1.823.288 plus 1.150.685 min 696.164, dus 2.277.808 euro. Dat is bijna 23 cent per euro omzet, en het verklaart waarom een rekening-courant van 1,5 miljoen tegen de limiet staat bij een bedrijf dat winst maakt. Hoe dat verschil tussen winst en kas precies ontstaat, staat in het artikel over de voedingsmiddelenproducent met 400.000 euro winst en 60.869 euro minder op de bank.
| Post | Stand in het rekenvoorbeeld | Dagen | Bedrag (euro) | Waarde van één dag (euro) |
|---|---|---|---|---|
| Debiteuren (incl. btw) | 10.000.000 × 1,21 × 55/365 | 55 | 1.823.288 | 33.151 |
| Grondstof (plaat, buis, rvs, aluminium) | 6.000.000 × 30/365 | 30 | 493.151 | 16.438 |
| Onderhanden werk | 6.000.000 × 25/365 | 25 | 410.959 | 16.438 |
| Gereed product | 6.000.000 × 15/365 | 15 | 246.575 | 16.438 |
| Crediteuren (incl. btw) | 6.000.000 × 1,21 × 35/365 | 35 | 696.164 | 19.890 |
| Handelswerkkapitaal (kasconversiecyclus) | debiteuren + voorraad − crediteuren | 90 | 2.277.808 |
De laatste rij is de kasconversiecyclus: 55 plus 70 min 35 is 90 dagen. In Engelstalige rapportages heet dit de cash conversion cycle. Debiteurendagen zijn daar days sales outstanding (DSO) en voorraaddagen days inventory outstanding (DIO); de crediteurendagen, days payable outstanding (DPO), gaan eraf. Het artikel over de importerende groothandel die 122 dagen voorfinanciert legt die cyclus uit; hier gaat het om de vraag welke van de dagen het goedkoopst te verkorten is.
Wat kost het om je DSO te verlagen, stand voor stand?
De debiteurenknop heeft vier standen, en ze kosten heel verschillende bedragen.
De eerste stand is de factuurdatum. In het rekenvoorbeeld gaat de factuur gemiddeld tien dagen na levering de deur uit, omdat de werkvoorbereider eerst de nacalculatie afrondt en de administratie één keer per week factureert. Twee dagen na levering is haalbaar als de pakbon de factuur triggert en de nacalculatie erachteraan komt. Dat is 8 dagen DSO, 265.205 euro, en het kost alleen een andere volgorde in het proces. Wij zien dat toeleveranciers dit het vaakst over het hoofd zien, omdat de betalingstermijn van de klant pas gaat lopen op de factuurdatum en niemand die tien dagen ervoor meetelt. Het artikel over de machinebouwer die 2.400 uur begroot en pas bij de factuur 2.870 ziet laat zien waar die vertraging vandaan komt.
Dan het aanmaanritme. Atradius (2026) (marktrapport) meldt voor Nederland dat net geen vijfde van de B2B-facturen na de vervaldatum openstaat, gemiddeld twee weken te laat, en dat afboekingen op oninbare vorderingen rond 1 procent van de B2B-facturen liggen. Op 10 miljoen omzet is 1 procent 100.000 euro per jaar. In het rekenvoorbeeld brengt een vast ritme (herinnering op de vervaldag, telefoon na een week, de wettelijke handelsrente in de tweede herinnering, en een vaste naam bij de klant die je belt) de DSO met 4 dagen terug, 132.603 euro kas, en kost dat 15.000 euro per jaar aan uren. Alleen op rente gerekend is dat 11,3 procent per vrijgemaakte euro, duurder dan de bank. Brengt het ritme de afboekingen van 1 naar 0,8 procent, dan levert dat 20.000 euro per jaar op en betaalt de knop zichzelf. De wettelijke handelsrente bedraagt volgens de Rijksoverheid (overheidsbron) sinds 1 juli 2026 10,4 procent; wij zien dat toeleveranciers hem vrijwel nooit in rekening brengen bij een OEM, maar het noemen ervan in de herinnering versnelt de betaling wel.
De derde stand is de betalingstermijn zelf, en hier zit de wet mee aan tafel. Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 119a (overheidsbron, wettekst) bepaalt in lid 5 dat partijen een uiterste dag van betaling van ten hoogste 60 dagen kunnen overeenkomen, tenzij zij uitdrukkelijk een langere termijn opnemen die niet kennelijk onbillijk is. Lid 6 gaat verder: is de schuldenaar een rechtspersoon die op twee opeenvolgende balansdata niet voldoet aan ten minste twee van de vereisten van artikel 2:397 BW, en is de schuldeiser een onderneming die daar wel aan voldoet, dan kunnen partijen geen betaaltermijn van meer dan 30 dagen overeenkomen, en een beding in strijd daarmee is nietig. In gewone woorden: een grote OEM mag een MKB-toeleverancier geen 60 dagen opleggen. De Rijksoverheid (2023) (overheidsbron) schrijft dat dit sinds juli 2022 ook geldt voor betalingen van het grootbedrijf aan het MKB, en dat de gemiddelde betaaltermijn van het grootbedrijf aan het MKB in 2022 tussen de 40 en 43 dagen schommelde.
Of een klant onder lid 6 valt, hangt af van zijn omvang in de zin van artikel 2:397 BW en van de jouwe. In het rekenvoorbeeld komt 60 procent van de omzet van klanten die onder die grens vallen en nu na 60 dagen betalen. Gaan zij naar 45 dagen, dan is dat 15 dagen op 60 procent van de dagwaarde: 298.356 euro. Gaan zij naar de wettelijke 30 dagen, dan is het 596.712 euro. De prijs van deze stand is de relatie, en die is reëel. Klapper, Laeven en Rajan (2012) (peer reviewed, Review of Financial Studies; vrije versie als NBER-werkpapier) laten op bijna 30.000 handelskredietcontracten zien dat de grootste en meest kredietwaardige kopers de langste termijnen krijgen van kleinere leveranciers. Wie als kleine partij een korte termijn vraagt aan een grote koper, gaat dus tegen het patroon in. Wij zien dat een OEM-inkoper een kortere termijn eerder accepteert in ruil voor iets anders dan geld: een afroepafspraak, een vaste levertijd, een kwartaalprijs of een langer contract.
De vierde stand is betalingskorting, en die is het duurst. Stel dat het bedrijf 2 procent korting biedt bij betaling binnen 10 dagen. Doen alle klanten mee, dan gaat de DSO van 55 naar 10, 45 dagen, en dat is 1.491.781 euro kas. De korting kost 2 procent van 10 miljoen, 200.000 euro per jaar. Dat is 13,4 procent per vrijgemaakte euro, meer dan het dubbele van de 5,5 procent bij de bank. Petersen en Rajan (1997) (peer reviewed, Review of Financial Studies; vrije versie als NBER-werkpapier) rekenen in hun werkpapier voor dat een klant die de korting van 2 procent bij 10 dagen laat lopen en op dag 30 betaalt, over die 20 dagen effectief leent tegen 43,5 procent per jaar. Bij een termijn van 60 dagen loopt de korting over 50 dagen; enkelvoudig op jaarbasis is dat 2 gedeeld door 98, maal 365 gedeeld door 50, dus 14,9 procent. Korting wordt pas de goede knop als de bank nee zegt op meer krediet, of als je zelf de lening van de klant niet wilt dragen. Hoe een hogere rente de debiteurenpost duurder maakt, staat in het artikel over de groothandel die zijn klanten 52 dagen laat betalen.
Wat kost het om voorraaddagen te verlagen en crediteurendagen te verlengen?
Bij voorraad zijn er vier standen: gereed product, grondstof, onderhanden werk, en de inkoopafspraak die in oktober de andere kant op trekt.
Gereed product is de goedkoopste stand. In het rekenvoorbeeld staan modules gemiddeld 15 dagen klaar: op een afroep, op een transportplanning, op de eindcontrole, of op de factuur die pas na de laatste meting mag. Zeven dagen eraf (versturen op de dag dat het klaar is, en factureren bij gereedmelding als het contract dat toelaat) is 115.068 euro, en kost een afspraak met de klant over de afroepdatum.
Bij grondstof zit de lucht in het bestelpunt. Dertig dagen plaat hoort bij een plaatwerker die snelle levertijden belooft, maar in het rekenvoorbeeld staat het bestelpunt nog op het verbruik van twee jaar geleden. Tien dagen eraf door het bestelpunt op het werkelijke verbruik per artikelgroep te zetten is 164.384 euro, en het kost een middag per kwartaal in het ERP. Sommige bedrijven leggen de voorraad bij de staalleverancier in consignatie: de plaat ligt in jouw hal, maar is van hem tot je hem snijdt. In het rekenvoorbeeld haalt dat 15 dagen uit de grondstof, 246.575 euro, tegen een prijsopslag van 1,5 procent op 4,2 miljoen materiaalinkoop, 63.000 euro per jaar. Dat is 25,6 procent per vrijgemaakte euro, de duurste knop in dit stuk. Consignatie loont alleen als de leverancier de opslag niet rekent omdat hij de omzet wil, en wij komen dat tegen bij staalservicecentra die zelf vol zitten.
Onderhanden werk is de taaiste stand. In het rekenvoorbeeld zit 25 dagen tussen de eerste snede en de laatste las, en elke dag dat een half gemonteerde module op de volgende bewerking wacht, is 16.438 euro. Daar is de planning de enige knop. Het artikel over de machinebouwer met 700.000 euro onderhanden werk die aan zijn kredietlimiet zit gaat daar dieper op in.
De vierde stand is er een die het bedrijf in oktober juist omgekeerd wil draaien. Volgens marktberichten van 25 september 2026 zijn er staalprijsverhogingen aangekondigd voor het vierde kwartaal, en de verleiding is een kwartaal plaat vooruit te kopen. In het rekenvoorbeeld is een kwartaal materiaal 1.050.000 euro. Bij een prijsstijging van 5 procent bespaart vooruitkopen 52.500 euro. De extra voorraad kost 90 dagen rente, 14.240 euro, plus ruimte, handling, risico en verzekering, in dit rekenvoorbeeld 2 procent per jaar, 5.178 euro. Netto 33.082 euro winst, en dat is een goede beslissing als de rekening-courant die 1.050.000 euro in november kan dragen. Staat de limiet al tegen de 1,5 miljoen, dan kan het niet, en dan is dit de reden om de debiteurenknop eerst te draaien: die maakt de ruimte vrij waarmee je de voorraadknop even de verkeerde kant op mag zetten. Wat een vaste verkoopprijs doet als de staalprijs tussen offerte en inkoop stijgt, staat in het artikel over de machinebouwer en de staalprijs.
Crediteuren hebben twee standen. De eerste is de termijn die je leverancier al toestaat. In het rekenvoorbeeld staat 45 dagen op de inkoopvoorwaarden van de staalleverancier en betaalt de administratie na 35, omdat de betaalrun op vrijdag draait en niemand de vervaldatum gebruikt. Tien dagen later betalen binnen de afgesproken termijn is 198.904 euro, tegen nul kosten en zonder gesprek. De tweede stand is de korting die je laat lopen. Biedt de leverancier 1 procent bij betaling binnen 14 dagen, dan kost die korting 42.000 euro per jaar op 4,2 miljoen materiaal, en levert 31 dagen op 13.923 euro per dag, 431.622 euro, op: 9,7 procent per euro. Ook dat is duurder dan de bank. Wie krediet heeft, pakt dus de korting van de leverancier voor 42.000 euro en biedt er zelf geen aan zijn klanten voor 200.000 euro.
Welke knop draai je eerst om werkkapitaal vrij te maken?
Op prijs per vrijgemaakte euro gesorteerd staat de volgorde in de laatste kolom.
| Stand | Dagen | Kas vrij (euro) | Kosten per jaar (euro) | Prijs per vrijgemaakte euro | Volgorde |
|---|---|---|---|---|---|
| Factureren binnen twee dagen na levering | 8 DSO | 265.205 | procesafspraak | 0 | 1 |
| Gereed product direct versturen en factureren | 7 DIO | 115.068 | afroepafspraak | 0 | 1 |
| Leverancierstermijn volledig gebruiken | 10 DPO | 198.904 | 0 | 0 | 1 |
| Bestelpunt grondstof op werkelijk verbruik | 10 DIO | 164.384 | een middag per kwartaal | bijna 0 | 2 |
| Betaaltermijn grote OEM's van 60 naar 45 dagen | 9 DSO (15 dagen op 60% omzet) | 298.356 | relatie, tegenprestatie | laag, niet in euro's | 3 |
| Vast aanmaanritme | 4 DSO | 132.603 | 15.000 | 11,3% (zonder minder afboekingen) | 4 |
| Leverancierskorting 1% laten lopen | 31 DPO | 431.622 | 42.000 | 9,7% | niet doen bij 5,5% bankrente |
| Betalingskorting 2% aan klanten | 45 DSO | 1.491.781 | 200.000 | 13,4% | alleen als de bank nee zegt |
| Grondstof in consignatie | 15 DIO | 246.575 | 63.000 | 25,6% | alleen zonder opslag |
De eerste zes standen samen zijn 1.174.521 euro kas (de rijen in de tabel zijn afzonderlijk afgerond), en ze kosten 15.000 euro per jaar plus een paar gesprekken. De debiteuren gaan van 55 naar 34 dagen, de voorraad van 70 naar 53, de crediteuren van 35 naar 45, en de kasconversiecyclus van 90 naar 42 dagen. Het handelswerkkapitaal zakt van 2.277.808 naar 1.103.288 euro, en de rente daarover daalt met 64.599 euro per jaar. Zet daar de kredietverhoging naast die de bank in oktober zou aanbieden: 500.000 euro extra limiet kost 27.500 euro rente per jaar plus provisie en zekerheden, en maakt minder dan de helft vrij van wat de knoppen opleveren.
Deloof (2003) (peer reviewed, Journal of Business Finance & Accounting) vond bij 1.009 grote Belgische ondernemingen dat managers de winstgevendheid kunnen verhogen door het aantal debiteurendagen en voorraaddagen te verlagen. Baños-Caballero, García-Teruel en Martínez-Solano (2014) (peer reviewed, Journal of Business Research) vinden bij Britse ondernemingen een omgekeerde U: er is een optimaal niveau van werkkapitaal dat kosten en baten in balans brengt, en dat optimum ligt lager voor bedrijven die moeilijker aan financiering komen. Zij waarschuwen ook voor de andere kant, verloren omzet en verloren kortingen voor vroege betaling. Dat is precies de tabel hierboven: de drie standen rechtsonder kosten meer dan ze opbrengen zolang de bank 5,5 procent rekent, en worden pas de goede knop als die bank wegvalt.
Hoe bereken je de waarde van een dag werkkapitaal voor je eigen bedrijf?
De zuivere methode is een werkkapitaalmodel per klant, per artikelgroep, per leverancier en per maand, bijgewerkt uit het ERP, en wij bouwen dat model voor klanten, dus wij hebben hier een eigen belang. De doe-het-zelf-variant kost een uur en een jaarrekening. Deel de omzet inclusief btw door 365 voor de dagwaarde van debiteuren. De dagwaarde van voorraad is de inkoopwaarde van de omzet gedeeld door 365, en voor crediteuren vermenigvuldig je die met 1,21. De balansposten gedeeld door die dagwaarden zijn je dagen. Zet naast elke knop wat het je kost om hem één dag te draaien, en sorteer.
Het gemiddelde verbergt daarbij waar het geld zit. Een DSO van 55 kan bestaan uit twee OEM's op 72 dagen met 60 procent van de omzet, en dertig kleine klanten op 30 dagen met de rest. De dagwaarde van die twee OEM's is 60 procent van 33.151 euro, 19.890 euro per dag, en de 12 dagen die zij na hun termijn van 60 betalen kosten 238.685 euro kas. Dezelfde oefening bij voorraad: 30 dagen grondstof is misschien 12 dagen plaat die elke week draait en 90 dagen rvs voor één klant die twee keer per jaar bestelt. De knop zit bij die rvs. Het artikel over de 396.000 euro voorraad die twaalf maanden niet beweegt rekent dat door.
Wat acceptabel is, hangt af van de kredietruimte. In het rekenvoorbeeld is 23 cent werkkapitaal per euro omzet te veel voor een limiet van 1,5 miljoen; 11 cent na de zes standen past ruim. Atradius noemt voor de Nederlandse markt als geheel een DSO van ongeveer drie weken; een toeleverancier aan OEM's zit daar in onze praktijk vrijwel altijd boven, en 34 dagen is voor dit profiel een stand waar de bank niet meer over belt. Hoe een bank naar groei en werkkapitaal kijkt, staat in het artikel over het installatiebedrijf dat bij de bank vastloopt.
Wanneer gaat dit verhaal niet op?
Bij een bedrijf dat vooral enkelstuks en prototypes maakt, is onderhanden werk de grootste post en helpt geen enkele inkoop- of factuurafspraak; daar is deelfacturatie per mijlpaal de enige knop, en die staat in het artikel over meerwerk dat nooit op een factuur komt. Zit een bedrijf ruim in zijn krediet, dan keert de volgorde om: het optimum van Baños-Caballero en collega's ligt lager voor bedrijven met een financieringsbeperking, dus hoger zonder, en dan kan een langere termijn aan een goede klant meer omzet opleveren dan de rente kost. Een verspaner met dure legeringen en lange bewerkingstijden heeft een kleine voorraadknop, omdat de grondstof per order wordt gekocht; daar zit het geld in de 25 dagen onderhanden werk en in de meting die de factuur tegenhoudt. En het rekenvoorbeeld neemt aan dat de OEM-klanten onder lid 6 van artikel 6:119a vallen; is de klant zelf een middelgrote onderneming, dan geldt de 60 dagen van lid 5, en dan is de derde stand een onderhandeling zonder wettelijke steun.
Vragen voor je jurist en je accountant
Wij geven geen belasting- of juridisch advies; wel maken wij zichtbaar waarover je advies moet vragen. Valt mijn grootste klant onder de 30-dagengrens van artikel 6:119a lid 6 BW, en wat betekent nietigheid van een langer beding in de praktijk bij een lopend raamcontract? Mag ik de wettelijke handelsrente van 10,4 procent in rekening brengen zonder dat ik die in mijn voorwaarden heb opgenomen? Kan ik bij structurele btw-voorfinanciering overstappen op maandaangifte, en wat betekent dat voor mijn tijdvakken en betaaldata? En bij consignatie: wie draagt het risico van de plaat die in mijn hal ligt, en hoe staat die op mijn balans?
Veelgestelde vragen over wat een dag werkkapitaal waard is
Hoeveel is één dag DSO waard bij 10 miljoen euro omzet?
33.151 euro. Deel de omzet inclusief btw (12,1 miljoen) door 365. Exclusief btw is het 27.397 euro, maar de klant betaalt inclusief btw en jij geeft die btw aan in het tijdvak van de factuurdatum.
Welke knop draai ik eerst om geld vrij te maken?
De knop die het minste kost per vrijgemaakte euro. In het rekenvoorbeeld met 10 miljoen omzet zijn dat aan de klantkant factureren binnen twee dagen (265.205 euro) en gereed product direct versturen (115.068 euro), en aan de inkoopkant de leverancierstermijn volledig gebruiken (198.904 euro): samen 579.177 euro tegen nul kosten. Daarna het bestelpunt van de grondstof en de betaaltermijn van de grote OEM's.
Hoeveel werkkapitaal kan ik vrijmaken bij 10 miljoen omzet zonder extra krediet?
In het rekenvoorbeeld 1.174.521 euro, 11,7 procent van de omzet, uit de zes standen bovenaan de tabel, van sneller factureren tot een vast aanmaanritme. Samen kosten ze 15.000 euro per jaar, en de kasconversiecyclus gaat van 90 naar 42 dagen.
Is 2 procent betalingskorting duurder dan mijn bankrente?
Ja, bij een bankrente van 5,5 procent. Twee procent korting voor betaling binnen 10 dagen kost 2 procent van de omzet en brengt de DSO in het rekenvoorbeeld van 55 naar 10 dagen; dat is 13,4 procent per vrijgemaakte euro.
Wat levert het op als ik mijn debiteurendagen van 55 naar 45 breng?
Bij 10 miljoen omzet is dat tien dagen maal 33.151 euro, dus 331.507 euro kas, en 18.233 euro rente per jaar bij 5,5 procent.
Mag een grote OEM mij 60 dagen betalingstermijn opleggen?
Artikel 6:119a lid 6 BW bepaalt dat een grote onderneming, in de zin van artikel 2:397 BW, met een MKB-schuldeiser geen uiterste dag van betaling van meer dan 30 dagen kan overeenkomen, en dat een beding in strijd daarmee nietig is. Of jouw klant daaronder valt, is een vraag voor je jurist.
Moet ik nu extra staal inkopen vóór de prijsverhoging?
Alleen als je rekening-courant het kan dragen. In het rekenvoorbeeld levert een kwartaal vooruitkopen bij 5 procent prijsstijging netto 33.082 euro op, na rente en voorraadkosten. Het vraagt wel 1.050.000 euro extra ruimte in november, en die ruimte moet eerst uit de debiteurenknop komen.
Meer lezen: Waarom een importerende groothandel met 9 miljoen omzet bijna 3 miljoen euro voorfinanciert, Wat de renteverhoging een groothandel kost die zijn klanten 52 dagen laat betalen, Waarom een voedingsmiddelenproducent met 400.000 euro winst 60.869 euro minder op de bank heeft, Waarom een technische groothandel 600 euro korting pakt op een MOQ en daar 1.225 euro op verliest, Cashflow als groeiremmer.
← Terug naar kennisbank