Samenvatting

Diesel is sinds januari 2026 ongeveer 40 procent duurder geworden en sinds 1 juli betaalt een vrachtwagen per kilometer heffing, waardoor een transportbedrijf dat in 2025 nog 190.000 euro winst maakte in dit rekenvoorbeeld op een verlies van 194.700 euro uitkomt. Toch schrijft de Belastingdienst elke maand 3.282 euro af voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2026, omdat die is gebaseerd op de winst van vorig jaar en pas verandert als je dat zelf meldt. Zonder ingrijpen staat er in maart 2027 78.800 euro bij de Belastingdienst geparkeerd, 40 procent van het verlies, en dat voorkom je door de voorlopige aanslag zelf te laten verlagen zodra de kwartaalcijfers verlies laten zien en de aangifte over het verliesjaar vroeg in te dienen.

Eind augustus zat een directeur van een transportbedrijf met 45 trekkers naar zijn bankafschrift te kijken. De dieselfactuur van die maand was bijna 60.000 euro hoger dan een jaar eerder. Een paar regels lager stond, zoals elke maand, een incasso van 3.282 euro van de Belastingdienst: de termijn van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2026.

Die termijn was in januari berekend op een winst die er in 2026 niet komt. Het bedrijf draait sinds mei verlies. De directeur en zijn accountant wisten dat allebei, maar de incasso liep door, omdat niemand hem als een beslissing zag.

De voorlopige aanslag rekent met de winst van vorig jaar, en zolang jij niets meldt, blijft hij dat doen terwijl het geld dit jaar de andere kant op stroomt.

Wij verdienen ons geld met liquiditeitsprognoses voor dit soort bedrijven, dus lees de conclusies hieronder met dat in gedachten.

Wat er in 2026 met de kosten van een transportbedrijf gebeurde

De dieselprijs aan de pomp stond op 3 september 2026 op 2,664 euro per liter, een record, en de oorzaak ligt volgens het vakblad Transport Online (3 september 2026) bij de oorlog met Iran die eind februari uitbrak en de doorvaart door de Straat van Hormuz verstoorde. Brancheorganisatie TLN (brandstofontwikkelingen, september 2026) rekent voor dat diesel sinds januari 2026 ongeveer 40 procent duurder is geworden en dat brandstof gemiddeld 20 tot 25 procent van de totale kosten van een transportbedrijf uitmaakt. TLN adviseert leden om met opdrachtgevers een gezamenlijk ijkpunt voor de brandstofprijs af te spreken en bij snelle stijgingen over te stappen van een maandelijkse op een wekelijkse aanpassing; wie zo'n ijkpunt niet in zijn contracten heeft, betaalt de stijging uit eigen marge.

Daar kwam op 1 juli 2026 de vrachtwagenheffing bij. Volgens de Rijksoverheid (overheidsinformatie, 2026) geldt de heffing op vrijwel alle snelwegen en op een aantal provinciale en gemeentelijke wegen. Op dezelfde dag verviel het Eurovignet voor Nederland en is de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens tot 12 ton afgeschaft. Van 1 september tot en met 31 december 2026 geldt een tijdelijke korting van 22,3 procent op het tarief. TLN noemt op zijn verdiepingspagina over de heffing een gemiddeld tarief van 19,1 cent per kilometer op prijspeil 2026, met 20,1 cent voor een Euro 6-trekker boven de 32 ton.

ING Research (sectorvooruitzicht, marktrapport, februari 2026) verwachtte al voor de heffing dat de netto kosten van het wegvervoer in 2026 met 7 tot 8 procent zouden stijgen en dat bijna de helft van de opdrachtgevers over de heffing wilde onderhandelen. In de update die Transport Online op 14 september 2026 samenvatte, komt ING op een dieselprijs die 30 procent boven het niveau van een jaar eerder ligt, wat alleen al 6 procent extra kosten betekent, bij een volumegroei van rond de 1 procent. De omzet van het wegvervoer stijgt volgens ING dit jaar met zo'n 15 procent. Dat cijfer meet omzet, grotendeels doorberekende kosten, en ING zegt er zelf bij dat de marges onder druk staan omdat vervoerders dezelfde volumes rijden tegen veel hogere kosten.

Wij zien bij transportbedrijven dat de doorberekening zelden volledig is. Een deel van de omzet zit in tenders met een vast tarief voor het jaar, een deel heeft een dieselclausule (fuel surcharge) die met een maand vertraging volgt, en de vrachtwagenheffing zit in september nog bij veel opdrachtgevers in onderhandeling. Het verschil tussen de kostenstijging en wat de klant betaalt, is de winst van 2025 die in 2026 verdwijnt.

Hoe de voorlopige aanslag werkt en waarom hij in een verliesjaar doorloopt

De meeste bv's krijgen volgens de Belastingdienst (overheidsinformatie, 2026) aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting, een voorlopige berekening op basis van de gegevens van vorige jaren. Je betaalt hem in maandelijkse termijnen, en bij de definitieve aanslag worden alle voorlopige aanslagen verrekend. Je kunt de aanslag zelf laten wijzigen via Mijn Belastingdienst Zakelijk of je fiscale software, en de Belastingdienst verwerkt maximaal drie verhogingen per jaar. Voor een verlaging noemt de Belastingdienst geen maximum.

Wat de Belastingdienst niet doet, is zelf kijken of de winst van dit jaar nog lijkt op die van vorig jaar. Die informatie heeft hij pas als je de aangifte indient, en de aangifte over 2026 dien je in 2027 in. Tot die tijd is de voorlopige aanslag een schatting die alleen jij kunt bijstellen.

Draai je verlies, dan wordt dat verlies volgens de regels voor verliesverrekening van de Belastingdienst eerst verrekend met de winst van het voorgaande jaar (achterwaartse verliesverrekening, in de Engelstalige literatuur tax loss carryback), en wat overblijft onbeperkt met toekomstige winsten, tot 1 miljoen euro winst volledig en daarboven voor de helft. De belasting die je over 2025 betaalde, komt dus terug. Het moment waarop bepaal je deels zelf: na het indienen van de aangifte over het verliesjaar kun je schriftelijk om voorlopige verliesverrekening vragen, waarbij maximaal 80 procent van het aangegeven verlies alvast wordt verrekend, op voorwaarde dat de aanslag over het vorige jaar definitief vaststaat. De rest volgt bij de definitieve aanslag over het verliesjaar.

Over geld dat je via een te hoge voorlopige aanslag hebt betaald, vergoedt de Belastingdienst volgens zijn pagina over belastingrente ontvangen alleen rente als hij na 1 juli van het volgende jaar meer dan acht weken over je verzoek of meer dan dertien weken over je aangifte doet. Wie in september 2026 te veel betaalt en in maart 2027 aangifte doet, krijgt het geld terug zonder rente. Andersom rekent de Belastingdienst wel belastingrente als je te weinig hebt betaald: vanaf 1 juli na het belastingjaar tot zes weken na de dagtekening van de aanslag. Die rente vervalt als je de aangifte vóór 1 juni indient en de Belastingdienst die ongewijzigd overneemt, of als je vóór 1 mei een voorlopige aanslag aanvraagt die conform wordt opgelegd.

Die rente was jarenlang de reden om de voorlopige aanslag liever te hoog dan te laag te laten staan. Voor de vennootschapsbelasting gold een hoger tarief dan voor andere belastingen, 8 procent tegenover 4 procent in de jaren waarover werd geprocedeerd. De Hoge Raad (uitspraak 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:59) verklaarde dat hogere tarief onverbindend, omdat er geen goede reden is om voor de vennootschapsbelasting een hogere rente te rekenen dan voor andere belastingen. De Belastingdienst heeft de percentages daarna gelijkgetrokken: volgens zijn overzicht is de belastingrente voor de vennootschapsbelasting 7,5 procent over 2024, 6,5 procent over 2025 en 5 procent vanaf 1 januari 2026. De prijs van een te lage schatting is daarmee gezakt van 7,5 procent over 2024 naar 5 procent nu, en die prijs betaal je alleen als je aangifte na 1 juni komt.

Waarom een directeur de incasso niet als beslissing ziet

De directeur uit de opening had in augustus zijn aandacht bij de dieselfactuur en bij twee opdrachtgevers die de vrachtwagenheffing nog niet in hun tarief hadden geaccepteerd. Sims (Journal of Monetary Economics, 2003, peer reviewed) beschreef rationele onoplettendheid: wie maar beperkt informatie kan verwerken, richt zijn aandacht op de grootheden die het meest bewegen en laat de stabiele grootheden voor wat ze zijn. Maćkowiak, Matějka en Wiederholt (Journal of Economic Literature, 2023, peer reviewed) laten in hun overzicht van twintig jaar onderzoek zien dat dit gedrag in experimenten en in bedrijfsdata steeds terugkomt: mensen en bedrijven reageren traag op variabelen die zelden veranderen, ook als die variabelen veel geld waard zijn. Een incasso die elke maand hetzelfde bedrag heeft, is de meest stabiele post op het afschrift en trekt dus de minste aandacht.

Chetty, Looney en Kroft (American Economic Review, 2009, peer reviewed) toonden met een experiment in een supermarkt aan dat mensen minder reageren op een belasting die niet op het prijskaartje staat, ook al betalen ze hem wel. In een managementrapportage staat de vennootschapsbelasting onder het bedrijfsresultaat, als één regel per jaar, en op de bank staat hij als een incasso zonder toelichting. Zo staat de belasting wel in de rapportage, maar komt hij in geen enkel stuuroverleg voor.

Bethmann, Jacob en Müller (The Accounting Review, 2018, peer reviewed) onderzochten het instrument dat je in een verliesjaar wel hebt, de achterwaartse verliesverrekening. Zij vonden dat ruimere teruggaven van eerder betaalde belasting bij verlieslatende bedrijven voor ongeveer een derde in investeringen gaan en voor de rest als kas worden aangehouden of uitgekeerd. Zij waarschuwen tegelijk dat die investeringen vooral komen van bedrijven die geneigd zijn tot risicovolle overinvestering, en dat onvoorwaardelijke teruggaven bedrijven overeind houden die beter hadden kunnen stoppen. De Nederlandse regeling beperkt het terugwentelen tot één jaar, en dat maakt de timing van je aangifte belangrijker dan de hoogte van het bedrag.

Rekenvoorbeeld: een transportbedrijf met 45 trekkers

In dit rekenvoorbeeld rijdt een transportbedrijf met 45 trekkers en 70 medewerkers in 2025 een omzet van 9,45 miljoen euro, 210.000 euro per trekker. Elke trekker rijdt 110.000 kilometer per jaar bij een verbruik van 31 liter per 100 kilometer, samen 1.534.500 liter diesel. Tegen een gemiddelde bulkprijs van 1,50 euro per liter exclusief btw kostte de brandstof in 2025 2.301.750 euro, 24 procent van de omzet, binnen de 20 tot 25 procent die TLN noemt. De winst voor belasting over 2025 was 190.000 euro, 2 procent van de omzet, en daarover betaalde het bedrijf 19 procent vennootschapsbelasting: 36.100 euro. In dit voorbeeld waren 2024 en 2025 vergelijkbare jaren, dus de voorlopige aanslag 2026 die eind januari kwam, was ook 36.100 euro, in elf termijnen van 3.282 euro van februari tot en met december. De loonstijging van 4 procent die ING noemt, is in dit voorbeeld gedekt door de jaarlijkse tariefindexatie en blijft verder buiten de som.

In 2026 stijgt de gemiddelde bulkprijs naar 1,95 euro per liter, 30 procent hoger, het percentage dat ING in september noemt. Bij gelijk volume is dat 690.525 euro extra brandstof. Zestig procent van de omzet valt onder contracten met een dieselclausule die de TLN-brandstofmonitor met een maand vertraging volgt; daarvan wordt 414.315 euro doorberekend, en de vertraging kost bij een prijs die het hele jaar stijgt ongeveer een twaalfde daarvan, 34.500 euro. Veertig procent van de omzet zit in tenders met een vast tarief voor 2026 zonder clausule; die 276.200 euro betaalt het bedrijf zelf. De dieselstijging kost in 2026 dus 310.700 euro winst.

De vrachtwagenheffing komt daar vanaf 1 juli bij. Van de 4.950.000 kilometer per jaar rijdt het bedrijf 65 procent op heffingswegen, 268.125 kilometer per maand. Juli en augustus tegen 20,1 cent is 107.800 euro, september tot en met december tegen 20,1 cent min de tijdelijke korting van 22,3 procent is 167.500 euro, samen 275.300 euro. Het vervallen Eurovignet scheelt in het tweede halfjaar 28.700 euro, want het jaartarief voor een Euro VI-trekker met vier of meer assen was volgens TLN sinds 25 maart 2025 1.274 euro; de verlaging van de motorrijtuigenbelasting laten we hier buiten beschouwing. Netto kost de heffing in 2026 246.600 euro. In dit voorbeeld berekent het bedrijf daarvan 70 procent door aan opdrachtgevers en betaalt het 30 procent zelf: 74.000 euro.

Post 2025 2026 Effect op de winst
Winst voor belasting bij ongewijzigde kosten 190.000 euro 190.000 euro
Diesel, deel zonder clausule (40 procent van de omzet) min 276.200 euro
Diesel, vertraging van één maand op het deel met clausule min 34.500 euro
Vrachtwagenheffing netto, niet doorberekende 30 procent min 74.000 euro
Resultaat voor belasting 190.000 euro min 194.700 euro
Vennootschapsbelasting (19 procent) 36.100 euro 0 euro
Voorlopige aanslag die de Belastingdienst incasseert 36.100 euro 36.100 euro

Van winst naar verlies is in dit voorbeeld een verschil van 384.700 euro, 4 procent van de omzet, terwijl het bedrijf hetzelfde aantal kilometers rijdt. Bij 1.534.500 liter is elke cent per liter die je niet doorberekent 15.345 euro per jaar.

Op 15 september 2026 heeft het bedrijf acht termijnen betaald, februari tot en met september: 26.256 euro. Er staan nog drie termijnen van 3.282 euro gepland, 9.846 euro. Doet de directeur niets, dan is eind december de volle 36.100 euro betaald over een winst van min 194.700 euro. In januari 2027 komt de voorlopige aanslag 2027, opnieuw gebaseerd op de gegevens van vorige jaren, dus opnieuw rond de 36.100 euro, met een eerste termijn in februari. Pas als de accountant in mei 2027 de aangifte 2026 indient, ziet de Belastingdienst het verlies. Het verlies van 194.700 euro wordt dan verrekend met de winst van 2025: de 36.100 euro over 2025 komt terug, en 4.700 euro verlies blijft over voor 2027. Met een verzoek om voorlopige verliesverrekening komt 80 procent alvast: 19 procent van 155.760 euro is 29.600 euro, de resterende 6.500 euro volgt bij de definitieve aanslag over 2026, en die kan een jaar op zich laten wachten.

Moment Wat er gebeurt als je niets doet Bij de Belastingdienst geparkeerd Wat er gebeurt als je stuurt Bij de Belastingdienst geparkeerd
Januari 2026 Voorlopige aanslag 2026 van 36.100 euro op basis van 2025 36.100 euro (belasting 2025) Zelfde aanslag 36.100 euro
Mei 2026 Vier termijnen betaald, verlies wordt in de kwartaalcijfers zichtbaar 49.228 euro Prognose bijgesteld, voorlopige aanslag 2026 naar nul verlaagd; termijnen stoppen 49.228 euro
December 2026 Elf termijnen betaald 72.200 euro Geen termijnen meer, aangifte 2025 definitief afgehandeld 49.228 euro
Februari 2027 Voorlopige aanslag 2027 van 36.100 euro, eerste termijn betaald 75.482 euro Voorlopige aanslag 2027 in januari op nul gezet; aangifte 2026 ingediend 49.228 euro
Maart 2027 Tweede termijn 2027, accountant werkt aan de aangifte 78.764 euro Te veel betaalde 13.128 euro over 2026 terug, verzoek voorlopige verliesverrekening 36.100 euro
Mei 2027 Aangifte 2026 ingediend 78.764 euro 29.600 euro uit voorlopige verliesverrekening terug 6.500 euro
Najaar 2027 of later Teruggaaf 2026, verliesverrekening met 2025, aanslag 2027 aangepast 6.500 euro tot definitieve aanslag 2026 Definitieve aanslag 2026, laatste 6.500 euro terug 0 euro

Het verschil tussen de twee kolommen loopt op van 42.700 euro in maart 2027 tot 72.300 euro in mei 2027, in de maanden waarin het bedrijf uit het voorbeeld net uit zijn winterdip komt en de bank naar de jaarcijfers 2026 kijkt. Tegen de 5,1 procent die het bedrijf in dit voorbeeld op zijn rekening-courant betaalt, kost 78.764 euro geparkeerd geld 4.000 euro rente per jaar. Dat rentebedrag is klein vergeleken met de 78.764 euro zelf, want 40 procent van het jaarverlies staat bij de Belastingdienst op het moment dat de kredietruimte het krapst is.

Wat acceptabel is en wanneer je dat bereikt

Een voorlopige aanslag die afwijkt van de werkelijke belasting is normaal, want hij is een schatting. Wij zien bij bedrijven met een maandelijkse resultaatprognose dat een afwijking van 20 procent tussen voorlopige aanslag en uiteindelijke belasting acceptabel is en meestal pas in het vierde kwartaal ontstaat. Een afwijking van 100 procent, een aanslag over winst terwijl er verlies wordt gemaakt, is een signaal dat de prognose en de fiscale positie niet met elkaar praten.

Het moment waarop je dat bereikt, hangt af van hoe snel je cijfers hebt. In het voorbeeld was het verlies in mei 2026 zichtbaar in de kwartaalcijfers, toen de dieselprijs drie maanden boven het ijkpunt van de clausules lag en de eerste tenders zonder clausule geld begonnen te kosten. Dat is het moment om de voorlopige aanslag aan te passen. Wie wacht tot de jaarrekening in maart 2027, betaalt intussen negen termijnen van 3.282 euro die niet nodig waren, 29.538 euro, over een winst die niet bestaat.

De grens aan de andere kant is de belastingrente. Verlaag je de aanslag naar nul en eindigt 2026 door een dalende dieselprijs en een geslaagde onderhandeling toch met 50.000 euro winst, dan is de belasting 9.500 euro. Dien je de aangifte vóór 1 juni 2027 in en neemt de Belastingdienst die over, dan betaal je daarover geen rente. Komt de aangifte in het najaar, dan loopt de rente van 5 procent vanaf 1 juli 2027 tot zes weken na de aanslag, bij vijf maanden ongeveer 200 euro. Dat is de volledige prijs van een te lage schatting, en die valt weg tegen de 42.700 tot 72.300 euro die een te hoge schatting in dit voorbeeld in het voorjaar van 2027 vastzet.

Hoe je de fiscale kasstroom in een verliesjaar stuurt

Zet de vennootschapsbelasting als aparte regel in de liquiditeitsprognose, met de termijnen van de voorlopige aanslag per maand en de verwachte teruggaven op de maand waarin je ze verwacht. In het voorbeeld staat dan in februari 2027 een termijn van 3.282 euro die je alleen betaalt als je de aanslag 2027 niet aanpast, naast een teruggaaf van 13.128 euro die pas komt als je aangifte hebt gedaan, en die twee regels naast elkaar dwingen tot een keuze. Hoe je zo'n prognose maandelijks bijhoudt, staat in het artikel over rolling forecasts, en waarom de kas in een slecht jaar anders loopt dan de winst-en-verliesrekening, in het artikel over cashflow als groeiremmer.

Verlaag de voorlopige aanslag zodra de kwartaalcijfers een verlies laten zien, via Mijn Belastingdienst Zakelijk of via je accountant. In het voorbeeld scheelt dat in mei 2026 zeven termijnen, 22.974 euro, en op 15 september nog drie termijnen, 9.846 euro. Een verlaging kost niets en de Belastingdienst noemt er geen maximum voor.

Controleer de voorlopige aanslag 2027 in de eerste week van januari. Hij komt op basis van de gegevens van vorige jaren, dus in het voorbeeld op basis van een winstjaar, en elke maand die je wacht kost 3.282 euro. De tarieven voor 2027 staan in het Belastingplan 2027 dat op 15 september 2026 is gepresenteerd en nog door de Tweede en Eerste Kamer moet; reken met de tarieven die je accountant na de behandeling bevestigt.

De aangifte 2025 hoort vroeg de deur uit, en vraag je accountant om een definitieve aanslag 2025 te bespoedigen waar dat kan. Voorlopige verliesverrekening over 2026 kan volgens de Belastingdienst pas als de aanslag over 2025 definitief vaststaat. In het voorbeeld is dat de voorwaarde voor de 29.600 euro in het voorjaar van 2027.

Dien de aangifte 2026 zo vroeg mogelijk in 2027 in en vraag direct schriftelijk om voorlopige verliesverrekening van 80 procent. Bethmann, Jacob en Müller vonden dat het grootste deel van zo'n teruggaaf als kas wordt aangehouden of uitgekeerd; in het voorbeeld is die kas in het voorjaar van 2027 nodig om binnen de kredietlimiet te blijven.

Los daarvan ligt de oorzaak in de contracten. TLN adviseert een gezamenlijk ijkpunt voor de dieselprijs en bij snelle stijgingen een wekelijkse in plaats van maandelijkse aanpassing; in het voorbeeld kost de maandvertraging 34.500 euro en het ontbreken van een clausule op 40 procent van de omzet 276.200 euro. Hoe een vaste prijs zonder indexclausule in een andere sector uitpakt, rekenden we eerder door in het artikel over een machinebouwer en de staalprijs.

Wanneer dit verhaal niet opgaat

Een transportbedrijf met een ruime kaspositie en geen kredietlimiet in zicht verliest aan een te hoge voorlopige aanslag alleen de rente, in het voorbeeld 4.000 euro per jaar, en krijgt het geld in 2027 terug. Voor zo'n bedrijf is de voorlopige aanslag een gedwongen spaarpot, en sommige directeuren die wij spreken vinden dat prettig. Hetzelfde geldt voor een bedrijf dat het verlies in het vierde kwartaal alsnog goedmaakt, bijvoorbeeld omdat de dieselprijs daalt en de heffing vanaf oktober in alle tarieven zit; dan is de voorlopige aanslag achteraf ongeveer goed geweest en heeft ingrijpen niets opgeleverd.

Het verhaal gaat ook niet op voor een bedrijf in een fiscale eenheid met een winstgevende zusteronderneming, want daar wordt het verlies binnen het jaar verrekend met de winst van de rest van de groep en betaalt de moedermaatschappij de aanslag. En wie in 2025 al verlies maakte, heeft geen winst om naar terug te wentelen: dan is er alleen de voorwaartse verrekening, en dan is het stoppen van de termijnen de enige kasstroom die je in 2026 nog kunt beïnvloeden.

De doe-het-zelf-variant

De zuivere methode is een maandelijkse resultaatprognose voor de rest van het jaar, met de dieselprijs en de heffingskilometers per contract, waaruit je accountant elk kwartaal de verwachte belasting berekent en de voorlopige aanslag bijstelt.

De doe-het-zelf-variant kost een uur. Pak het resultaat tot en met vorige maand uit je boekhoudpakket. Vermenigvuldig het aantal liters dat je nog verwacht te tanken dit jaar met het verschil tussen de huidige bulkprijs en de prijs in je tarieven zonder clausule, en trek dat van het resultaat af. Tel de heffingskilometers die je nog rijdt maal 20,1 cent min de korting van 22,3 procent, dus maal 15,6 cent, erbij als kosten, en het deel dat je opdrachtgevers al betalen weer als omzet. Is de uitkomst een verlies, log dan in op Mijn Belastingdienst Zakelijk en zet de voorlopige aanslag op nul. Is de uitkomst een kleinere winst dan vorig jaar, vermenigvuldig hem met 19 procent en zet de aanslag op dat bedrag. Zet de datum van je aangifte 2026 in de agenda vóór 1 juni 2027, dan is de belastingrente geen argument meer.

Vragen voor je adviseur

Wij geven geen belastingadvies; dit artikel beschrijft de regeling en maakt zichtbaar waarover je advies moet vragen. Vraag je accountant of fiscalist in elk geval dit: op welke gegevens is mijn voorlopige aanslag 2026 gebaseerd, en wat wordt de basis voor 2027; wanneer wordt mijn aanslag 2025 definitief en kan dat sneller; welk bedrag kan ik na de aangifte 2026 via voorlopige verliesverrekening terugkrijgen en wanneer; wat gebeurt er met de verrekening als ik in een fiscale eenheid zit of als de aandeelhouders in 2026 zijn gewijzigd; en welke verplichtingen of risico's heeft een verlaging van de aanslag naar nul als de winst toch positief uitvalt.

Veelgestelde vragen over de voorlopige aanslag in een verliesjaar

Kan ik mijn voorlopige aanslag vennootschapsbelasting verlagen als ik dit jaar verlies maak?

Ja. Je kunt de voorlopige aanslag via Mijn Belastingdienst Zakelijk of via je fiscale software laten wijzigen, ook naar nul. De Belastingdienst verwerkt maximaal drie verhogingen per jaar en noemt voor een verlaging geen maximum. In het rekenvoorbeeld stopt een verlaging in mei 2026 zeven termijnen van 3.282 euro, samen 22.974 euro.

Hoe krijg ik de vennootschapsbelasting van vorig jaar terug als ik dit jaar verlies draai?

Een verlies wordt eerst verrekend met de winst van het voorgaande jaar. Dat gebeurt bij de aanslag over het verliesjaar, dus na je aangifte. Na het indienen van die aangifte kun je schriftelijk om voorlopige verliesverrekening vragen, waarbij maximaal 80 procent van het verlies alvast wordt verrekend, mits de aanslag over het vorige jaar definitief is. In het voorbeeld is dat 29.600 euro in het voorjaar van 2027 en 6.500 euro bij de definitieve aanslag.

Wat is de belastingrente op vennootschapsbelasting in 2026?

Vijf procent vanaf 1 januari 2026, hetzelfde als voor andere belastingen. Over 2025 is het 6,5 procent en over 2024 7,5 procent, nadat de Hoge Raad op 16 januari 2026 het hogere tarief voor de vennootschapsbelasting onverbindend verklaarde. Je betaalt de rente vanaf 1 juli na het belastingjaar, en niet als je de aangifte vóór 1 juni indient en de Belastingdienst die ongewijzigd overneemt.

Wat kost de vrachtwagenheffing mijn transportbedrijf per jaar?

Het gemiddelde tarief is volgens TLN 19,1 cent per kilometer op prijspeil 2026, met 20,1 cent voor een Euro 6-trekker boven de 32 ton, en van 1 september tot en met 31 december 2026 geldt een korting van 22,3 procent. In het voorbeeld rijdt een vloot van 45 trekkers 3,2 miljoen heffingskilometers per jaar; dat is 646.700 euro per jaar zonder korting, en 275.300 euro in het tweede halfjaar van 2026, min 28.700 euro vervallen Eurovignet. Wat je zelf betaalt, hangt af van wat je doorberekent; in het voorbeeld 30 procent.

Hoe bereken ik wat de dieselprijs met mijn winst doet?

Vermenigvuldig je jaarverbruik in liters met de prijsstijging per liter, en vermenigvuldig dat met het deel van je omzet dat geen dieselclausule heeft. In het voorbeeld is 1.534.500 liter maal 0,45 euro 690.525 euro, waarvan 40 procent zonder clausule 276.200 euro kost. Tel daar de vertraging van de clausule bij op, in het voorbeeld een twaalfde van het doorberekende deel. Elke cent per liter die je niet doorberekent, is in dit voorbeeld 15.345 euro per jaar.

Wanneer krijg ik geld terug na een verliesjaar?

Het te veel betaalde bedrag over het verliesjaar zelf komt terug na je aangifte, in het voorbeeld in maart 2027 als je in februari aangifte doet. De verrekening met de winst van het vorige jaar volgt bij de aanslag over het verliesjaar, met een voorschot van 80 procent op verzoek na de aangifte. Over dat geld vergoedt de Belastingdienst alleen rente als hij na 1 juli van het volgende jaar meer dan acht weken over een verzoek of dertien weken over een aangifte doet.

Wat is voorlopige verliesverrekening?

Een regeling waarbij de Belastingdienst na je aangifte over het verliesjaar alvast maximaal 80 procent van het aangegeven verlies verrekent met de winst van het voorgaande jaar, voordat de definitieve aanslag is opgelegd. Je vraagt het schriftelijk aan bij je belastingkantoor, en de aanslag over het vorige jaar moet definitief vaststaan. De resterende 20 procent volgt bij de definitieve aanslag over het verliesjaar.

Meer lezen: Waarom een winstgevend MKB-bedrijf toch vastloopt op cashflow, Rolling forecasts: sturen in een bewegende markt en Wat de renteverhoging van de ECB een technische groothandel kost die zijn klanten 52 dagen laat betalen.

← Terug naar kennisbank