Samenvatting

Bij snel stijgende componentprijzen berekent de boekhouding de brutomarge op de inkoopprijs van maanden geleden, en een groot deel van die marge is dan de waardestijging van voorraad die al op de plank lag. Die waardestijging telt mee in de belastbare winst, terwijl je het geld nodig hebt om dezelfde voorraad tegen de nieuwe prijs terug te kopen. In het rekenvoorbeeld in dit artikel houdt de reseller na herinkoop 1.200 euro over van 91.200 euro omzet, en komt de aanslag over 31.200 euro winst pas als dat geld al in nieuwe voorraad zit.

De maandcijfers over april laten 34 procent brutomarge op geheugenkits zien. In januari was dat 17. De accountant noemt het een sterk kwartaal, en in dezelfde week vraagt de distributeur vooruitbetaling op de volgende order omdat de kredietlimiet vol zit. De verklaring die wij in zo'n situatie horen is meestal dat klanten te laat betalen, of dat sales te veel korting heeft gegeven. Beide kunnen waar zijn. Dit stuk gaat over een derde oorzaak, die in de kostprijs zit waarmee die 34 procent is berekend.

Bij stijgende inkoopprijzen is een deel van de brutomarge de waardestijging van voorraad die al op de plank lag, en dat deel moet je volledig opnieuw uitgeven om dezelfde voorraad terug te kopen.

De markt waarin dit nu speelt is die van geheugen. TrendForce voorspelde in maart 2026 dat de contractprijzen voor conventioneel DRAM in het tweede kwartaal met 58 tot 63 procent zouden stijgen, en verwacht voor het derde kwartaal van 2026 nog eens 13 tot 18 procent, omdat chipfabrikanten capaciteit verschuiven naar geheugen voor AI-datacenters. Een reseller die in januari heeft ingekocht en in april verkoopt, ziet die stijging in zijn cijfers terug als winst.

In het rekenvoorbeeld bestaat 96 procent van de brutomarge uit prijsstijging op de plank

Alles hieronder is een rekenvoorbeeld en geen klantgeval. De getallen zijn gekozen om de mechaniek zichtbaar te maken.

In januari koopt een reseller 200 geheugenkits van 64 GB DDR5 in tegen 300 euro per stuk. Investering: 60.000 euro. De calculatie rekent met 20 procent opslag op de inkoopprijs, dus een verkoopprijs van 360 euro en een marge van 60 euro per kit, 16,7 procent van de omzet.

In april staat dezelfde kit bij de distributeur op 450 euro. Van de 200 kits gaan er 80 weg tegen de oude offerteprijs van 360 euro, omdat die offertes al liepen. De overige 120 gaan tegen 520 euro. Omzet: 80 keer 360 is 28.800 euro, plus 120 keer 520 is 62.400 euro, samen 91.200 euro.

De boekhouding rekent nu als volgt. Kostprijs van de omzet: 60.000 euro, de historische inkoopprijs. Brutowinst: 31.200 euro. Marge: 34,2 procent. Dat is het cijfer dat de accountant ziet, en de bank.

Reken het nog een keer, met de prijs die je vandaag moet betalen om die 200 kits terug te kopen. Vervangingswaarde: 200 keer 450 is 90.000 euro. Operationele winst: 91.200 min 90.000 is 1.200 euro. Ruim 1 procent van de omzet. Het verschil tussen de twee berekeningen, 30.000 euro, is de waardestijging van de voorraad tussen januari en april; in de literatuur heet dat de holding gain. Van de 31.200 euro brutowinst is dus 30.000 euro holding gain en 1.200 euro handelswinst. Dat is 96 procent tegen 4.

Fase in het rekenvoorbeeldInkoopprijs distributeurVerkoopprijsMarge in de boekhoudingMarge op vervangingswaardeWat er met de cash gebeurt
Januari, inkoop 200 kits300 euroCalculatie 360 euro16,7 procent16,7 procent60.000 euro gaat de deur uit
April, 80 kits op oude offerte450 euro360 euro16,7 procentVerlies van 90 euro per kit, 7.200 euro totaalOmzet dekt de herinkoop van deze 80 kits niet
April, 120 kits op nieuwe prijs450 euro520 euro42,3 procent13,5 procentOmzet dekt herinkoop plus 70 euro per kit
April, totaal450 euroGemiddeld 456 euro34,2 procent1,3 procent91.200 euro binnen, 90.000 euro nodig voor herinkoop, 1.200 euro over
Later, aanslag over de winstWinst 31.200 euroWinst 1.200 euro5.928 euro belasting, te betalen als het geld in nieuwe voorraad zit
September/oktober, 150 kits op voorraad380 euroMarktprijs 420 euroAfwaardering 7.500 euroGeen cash-effect, wel een lagere winst

De 80 kits tegen de oude offerteprijs leveren op papier 60 euro per stuk op. Tegen vervangingswaarde kost elke kit 90 euro. In totaal 7.200 euro, in de boekhouding onzichtbaar. Gutmann en Sangani (werkpapier Northwestern, april 2026, nog niet peer reviewed) vroegen in februari 2026 aan 400 prijszetters hoe zij omgaan met een stijging van de inkoopprijs; ongeveer 40 procent wacht met een prijsverhoging tot de oude voorraad op is. Hun bredere bevinding, op basis van luchtvaarttarieven en Compustat-data over 2010 tot 2025, is dat bedrijven hun prijzen afzetten tegen de historische boekhoudkundige inkoopprijs, waardoor prijsaanpassingen achterlopen op de markt; de 80 kits tegen de oude offerteprijs zijn precies dat gedrag.

Waarom de aanslag pas komt als het geld al in de voorraad zit

Kijk eerst naar april zelf. Er komt 91.200 euro binnen en de herinkoop van dezelfde 200 kits kost 90.000 euro. Wat overblijft is 1.200 euro, en dat is exact de handelswinst. De maand met de recordmarge levert dus een kasoverschot op van iets meer dan 1 procent van de omzet, voordat er iets aan salarissen, huur of rente is betaald.

Dan de belasting. De winst van 31.200 euro is belastbaar. In dit rekenvoorbeeld rekenen we met het lage vennootschapsbelastingtarief van 19 procent, dat in 2026 geldt over de eerste 200.000 euro winst, dus 5.928 euro. Dat bedrag betaal je niet in april. Het loopt via de voorlopige aanslag gedurende het jaar of via de aanslag na afloop van het boekjaar. En daar zit het probleem: op het moment dat de aanslag komt, is het geld al uitgegeven aan nieuwe voorraad tegen de hogere prijs. Over de hele cyclus komt de reseller 4.728 euro tekort, en dat tekort valt op een ander moment dan de winst waaruit het is ontstaan. In dit voorbeeld is geen enkele kit met verlies verkocht en is er geen klant die te laat betaalt.

Het inzicht is oud. Limperg beschreef in zijn colleges in de jaren twintig en dertig (gebundeld in Verzameld werk deel II, 1964) waarom een handelaar zijn winst pas kent nadat hij de verkochte voorraad tegen de dagprijs heeft vervangen; wat daarboven zit, is schijnwinst. Edwards en Bell (The Theory and Measurement of Business Income, 1961) splitsten de gerapporteerde winst formeel in een operationele winst tegen vervangingswaarde en een holding gain. Van beide boeken staat geen vrije versie online; het rekenvoorbeeld hierboven is die splitsing: 1.200 euro naast 30.000 euro.

Waarom een componentprijs in één kwartaal met tientallen procenten stijgt

Een deel is echte schaarste: capaciteit gaat naar AI-datacenters. Een ander deel maakt de keten zelf. Lee, Padmanabhan en Whang (Management Science, 1997, peer reviewed) beschreven het bullwhip-effect, waarbij kleine schommelingen in de eindvraag stroomopwaarts steeds grotere orderschommelingen veroorzaken, en noemden de rantsoeneringsreactie als één van de vier oorzaken: zodra een leverancier gaat toewijzen, bestellen afnemers meer dan ze nodig hebben om hun deel veilig te stellen. Forrester (Industrial Dynamics, 1961) had dat mechanisme al gesimuleerd. Ivanov en Dolgui (International Journal of Production Research, 2022, peer reviewed) noemen de bredere situatie de shortage economy: langdurige, gelijktijdige tekorten aan componenten, energie, kapitaal en arbeid, met snel stijgende prijzen.

Wat dat voor jou betekent, merk je pas aan het eind. Orders die tijdens een toewijzing zijn opgeblazen, worden geannuleerd zodra de schaarste voorbij is, en de voorraad blijft liggen bij wie hem al had ingekocht.

Diezelfde beweging speelt een laag hoger in de keten. TrendForce meldde op 4 september 2026 dat processor, geheugen en opslag samen zijn gestegen van 45 naar 68 procent van de materiaalkosten van een notebook tussen het eerste kwartaal van 2025 en het derde kwartaal van 2026, en dat merken hun winkelprijzen voorlopig dempen met voorraad die ze tegen de oude prijs hebben ingekocht. Dat is precies het mechanisme uit dit artikel, bij je leverancier. Zodra die buffer op is, staat de volgende verhoging in je eigen inkoopprijslijst.

In het najaar staat dezelfde voorraad met verlies in de boeken

Terug naar het rekenvoorbeeld, nu in het najaar. De reseller heeft in de zomer bijgekocht tegen 450 euro en heeft in september 150 kits op voorraad. De inkoopprijs bij de distributeur zakt naar 380 euro. De marktprijs waarvoor de kits nog te verkopen zijn staat op 420 euro, en na verkoopkosten blijft daar ongeveer 400 euro van over: de netto opbrengstwaarde.

Richtlijn 220 van de Raad voor de Jaarverslaggeving en IAS 2 schrijven waardering voor tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs is 450 euro, de opbrengstwaarde 400. Afwaardering: 150 keer 50 euro is 7.500 euro. Die 7.500 euro drukt de winst van het najaar, terwijl er geen euro cash de deur uitgaat; het is het spiegelbeeld van april, toen 30.000 euro winst in de boeken kwam zonder cash. De afwaardering gaat naar de opbrengstwaarde van 400 euro; de inkoopprijs van 380 euro speelt bij handelsgoederen in die berekening geen rol.

De voorraad die je tijdens het tekort boven je normale vraag hebt ingekocht, is de voorraad die op die afwaarderingslijst komt. Die aantallen kun je nu al uit je systeem halen.

Wanneer dit verhaal niet opgaat

Het rekenvoorbeeld werkt omdat twee dingen samenvallen: een opslag van 20 procent en een prijsstijging van 50 procent in de tijd dat de voorraad op de plank lag. Haal één van de twee weg en het gat verdwijnt.

Stel dat de prijs in april op 315 euro staat, een stijging van 5 procent. Dezelfde 80 kits gaan tegen 360 euro, de andere 120 tegen 378 euro. Omzet: 28.800 plus 45.360 is 74.160 euro. De herinkoop van 200 kits kost dan 63.000 euro, dus er blijft 11.160 euro over. De holding gain is 3.000 euro en de belasting daarover valt weg in de normale schommeling van een maand.

Hetzelfde geldt voor de reseller die op order inkoopt en zelden langer dan twee weken voorraad houdt: inkoopprijs en vervangingswaarde liggen dan zo dicht bij elkaar dat de berekening niets nieuws laat zien. Voor de MSP die hardware binnen een beheercontract levert tegen een prijs die een jaar vaststaat, is het probleem anders van aard: daar gaan alle 200 kits tegen de oude prijs, en het verlies uit de tabel wordt dan 200 keer 90 euro, 18.000 euro.

Reken per productgroep, want DRAM en behuizingen bewegen niet gelijk

Het gemiddelde over het hele bedrijf verbergt dit gat. Een reseller die 30 procent van zijn omzet in geheugen en opslag doet en 70 procent in behuizingen, voedingen, kabels en licenties, ziet in het totaal een marge die een paar punten stijgt. Dat oogt als een goed kwartaal. Op de geheugenregel staat 34 procent tegen 1 procent op vervangingswaarde; op de behuizingen staat de marge waar hij altijd stond.

De zuivere methode is een tweede kostprijsveld per artikel, dagelijks bijgewerkt uit de prijslijst van de distributeur, en een margerapportage die beide prijzen laat zien. Lukt dat niet in je systeem, dan is dit de doe-het-zelf-variant:

  1. Neem per productgroep de tien artikelen met de meeste omzet in de afgelopen drie maanden.
  2. Zet naast de kostprijs in de boekhouding de prijs op de laatste inkoopfactuur of de distributeursprijs van vandaag.
  3. Reken de brutowinst van de afgelopen maand per productgroep opnieuw met die tweede prijs.
  4. Trek het verschil af van de winst en zet daar de belasting over dat verschil naast.
  5. Vergelijk wat overblijft met wat de herinkoop van de verkochte aantallen kost.

Dat is anderhalf uur werk in Excel voor wie de omzet per artikel uit het systeem kan halen. Het geeft de richting en de orde van grootte, en dat is wat je nodig hebt om te beslissen.

ProductgroepWelke prijs gebruik je als vervangingswaardeHoe vaak bijwerkenWaarom
Geheugen (DRAM) en SSD'sDistributeursprijs van vandaagWekelijks, in een markt als die van 2026 dagelijksContractprijzen bewegen per kwartaal met tientallen procenten (TrendForce, 2026)
VideokaartenDistributeursprijs van vandaagWekelijksDeze prijzen bewegen sinds 2026 mee met de geheugenmarkt; controleer dat per kwartaal tegen je eigen inkoopfacturen
Processors en moederbordenLaatste inkoopfactuurMaandelijksPrijzen volgen de productiecyclus van de fabrikant en niet de geheugenmarkt
Behuizingen, voedingen, kabelsKostprijs in de boekhouding volstaatPer kwartaalControleer dit één keer per kwartaal tegen je eigen inkoopfacturen; is het verloop vlak, dan is het verschil te klein om op te sturen
Licenties en dienstenGeen voorraadNiet van toepassingGeen holding gain mogelijk

Wat kan een hardwarereseller doen als de inkoopprijzen snel stijgen?

Vier maatregelen, elk met de onderbouwing erbij, en omdat wij ons geld verdienen met precies dit soort stuurinformatie, mag je de eerste met extra argwaan lezen.

  1. Zet de marge op vervangingswaarde naast de marge in de boekhouding, per productgroep, elke maand. In het rekenvoorbeeld is dat het verschil tussen 34,2 en 1,3 procent. Zonder dat tweede cijfer zie je het gat pas als de distributeur om vooruitbetaling vraagt.
  2. Prijs uit op de vervangingswaarde, ook voor lopende offertes, en zet op offertes voor geheugen, opslag en videokaarten een geldigheid van enkele dagen. De 80 kits tegen de oude offerteprijs kosten in het rekenvoorbeeld 7.200 euro. Gutmann en Sangani vonden dat ongeveer 40 procent van de prijszetters wacht tot de oude voorraad op is; dat is de groep die dit verlies neemt.
  3. Zet de belasting over de holding gain apart op het moment dat de winst ontstaat, niet als de aanslag komt. In het rekenvoorbeeld gaat het om 5.928 euro over een winst waarvan 30.000 euro in de voorraad zit. Reken die reservering mee in je liquiditeitsprognose voor het kwartaal waarin je hem betaalt. Het artikel over cashflow als groeiremmer gaat dieper op dat werkkapitaalmechanisme in.
  4. Beslis inkoophoeveelheid en verkoopprijs in één keer, per productgroep, en leg de uitkomst vast om er de volgende maand op terug te kijken. Arrow, Harris en Marschak (Econometrica, 1951) legden de basis voor voorraadbeslissingen onder onzekerheid. Hu en Su (Omega, 2018, peer reviewed) laten in een analytisch model zien dat wie inkoop en verkoopprijs samen vaststelt bij een onzekere inkoopprijs aanzienlijk meer verdient dan wie die beslissingen na elkaar neemt, en dat een bredere leveranciersbasis de winst verhoogt.

Voor de jaarrekening is de brutomarge op historische kostprijs het juiste cijfer. Om op te sturen heb je er een tweede naast nodig zolang de inkoopprijzen sneller bewegen dan je voorraad draait. De 30.000 euro holding gain uit het rekenvoorbeeld staat in je winst en zit in je voorraad.

Veelgestelde vragen over marge en cash bij stijgende hardwareprijzen

Mijn brutomarge stijgt, maar mijn banksaldo daalt. Hoe kan dat?

Als je inkoopprijzen stijgen, rekent de boekhouding de kostprijs van de verkopen op de oude inkoopprijs. Het verschil met de nieuwe inkoopprijs telt als winst, terwijl je het nodig hebt om de verkochte voorraad terug te kopen. In het rekenvoorbeeld in dit artikel is van 31.200 euro brutowinst 30.000 euro zo'n waardestijging op de plank, en houdt de reseller na herinkoop 1.200 euro over.

Betaal ik belasting over de waardestijging van mijn voorraad?

Bij de gewone winstberekening op historische kostprijs: ja, zodra de voorraad is verkocht. De holding gain zit dan in de belastbare winst. In het rekenvoorbeeld is dat 19 procent over 31.200 euro, 5.928 euro, terwijl de handelswinst op vervangingswaarde 1.200 euro was. Je betaalt dat niet in dezelfde maand: het loopt via de voorlopige aanslag of de aanslag na afloop van het boekjaar, en tegen die tijd zit het geld in nieuwe voorraad. Reserveer het daarom op het moment dat de winst ontstaat. Onvermijdelijk is die belasting overigens niet. Onder goed koopmansgebruik bestaan waarderingsstelsels die de prijsstijging op bestaande voorraad buiten de fiscale winst houden, zoals lifo en het ijzeren voorraadstelsel, en in de Nederlandse jaarrekening mag voorraad zelfs tegen actuele waarde worden gewaardeerd. Voorwaarde is een bestendige gedragslijn en een stelsel dat bij de aard van je bedrijf past, dus dat is een gesprek met je fiscalist en geen knop die je zelf omzet.

Moet ik mijn verkoopprijzen verhogen voordat mijn oude voorraad op is?

Ja, als je de voorraad na verkoop opnieuw moet inkopen. De verkoopprijs hoort bij de prijs die je voor de vervanging betaalt. Gutmann en Sangani (werkpapier, april 2026, nog niet peer reviewed) vonden dat ongeveer 40 procent van de prijszetters wacht tot de oude voorraad op is; in het rekenvoorbeeld kost dat 90 euro per kit op 80 kits, 7.200 euro.

Wanneer moet ik mijn hardwarevoorraad afwaarderen?

Zodra de netto opbrengstwaarde onder de kostprijs zakt, volgens Richtlijn 220 en IAS 2. In het rekenvoorbeeld is dat bij 150 kits met een kostprijs van 450 euro en een opbrengstwaarde van 400 euro: 7.500 euro. Wacht er niet mee tot de accountant erom vraagt, want de voorraad die je tijdens een tekort boven je normale vraag hebt ingekocht komt er als eerste voor in aanmerking.

Hoeveel geheugen moet ik nu op voorraad houden?

Dat hangt af van je doorlooptijd, je offertetermijnen en of je de verkoopprijs laat meebewegen. Hu en Su (Omega, 2018, peer reviewed) laten zien dat inkoophoeveelheid en verkoopprijs samen beslissen meer oplevert dan na elkaar. TrendForce verwacht voor het derde kwartaal van 2026 nog 13 tot 18 procent stijging; alles wat je boven de normale vraag inkoopt, is kandidaat voor de afwaardering zodra de markt draait.

Meer lezen: Cashflow als groeiremmer: waarom MKB's vastlopen en hoe je doorbreekt en Rolling forecasts: sturen in onzekere tijden.

← Terug naar kennisbank